[ photo: 2.14 | Stichting Familie Twaalfhoven ]

Zeven generaties Twaalfhovens in Bodegraven, Zwammerdam en Nieuwkoop

2.4 Het Rampjaar 1672

In april 1672 verklaren Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen de Republiek de oorlog. Begin juni komen Franse troepen vanuit oostelijke richting het land binnen. Het leger van de prins van Oranje trekt via Utrecht en Woerden terug op Nieuwerbrug, om Holland vanachter de Waterlinie te verdedigen tegen de Fransen, die zich voorlopig in Utrecht verzamelen. Bij Nieuwerbrug is de Waterlinie het smalst, tussen de Dubbele en de Enkele Wiericke. Het verkeer van oost naar west en omgekeerd vindt plaats over de Rijn en de Hoge Rijndijk. De polders aan weerszijden zijn geïnundeerd, de Rijn en de Rijndijk worden bewaakt vanuit twee forten, één in Nieuwerbrug en één op de plek van de nog bestaande Wierickerschans.78 (foto 2.10-2.12)

Dat de dreigende oorlog het leven in Bodegraven en Zwammerdam ingrijpend verandert blijkt uit een verklaring, die 22 onder Zwammerdam wonende boeren in november 1672 afleggen voor het plaatselijk gerecht. Een van hen is Joost Twaalfhoven (VIc). Zij doen dat op verzoek van Cors Leendertsz Maaswijck, impostmeester van het hoorngeld over het ambacht Zwammerdam tot en met september 1672. Hij heeft dit ambt gepacht, maar heeft er in het afgelopen seizoen nauwelijks ontvangsten uit gehad. De 22, die verklaren allen zelf boer en koehouder te zijn, bevestigen wat de oorzaak daarvan is. Zij hebben de meeste koeien overgedaan aan het Staatse leger onder commando van de prins, dat vrijwel de hele zomer te Zwammerdam is ingekwartierd. Ook hebben zij in plaats van koeien legerpaarden in hun weiland gehad, sommigen 50, anderen wel 80. Zelfs de voorraad hooi in hun bergen is hun ontnomen. Er is dus geen geld om belastingen te betalen, zeker niet het hoorngeld. Schout en schepenen ondertekenen de verklaring met de 22 boeren.79

Vele inwoners van de dorpen in de omgeving wijken uit

naar Gouda of naar plaatsen dieper in Holland. Sommigen vanwege de inundatie van de polders die binnen de Hollandse waterlinie liggen, anderen vanwege de dreigende komst van Franse troepen. Ook Ariën Twaalfhoven (Vc) en de zijnen trekken naar Gouda.

In december komt de vorst, waarop de Franse troepen gewacht hebben, om over het ijs Holland te kunnen binnenvallen. Op 27 december verzamelen zij te Woerden 9000 man infanterie en 14000 man cavalerie. Nog diezelfde avond begint het echter te dooien. Toch trekken ruim 8000 man Franse troepen via Zegveld en de Meije Holland binnen, maar door het aanhouden van de dooi worden zij genoodzaakt terug te keren, deze keer langs de Rijn.

Op hun terugtocht wordt in Zwammerdam en Bodegraven gemoord en geplunderd, beide dorpen en de meeste huizen daartussen verbranden. Eén huis blijft gespaard, het r.k. schuilkerkje aan de Overtocht onder Zwammerdam, dicht bij de plek waar nu de Willibrorduskerk staat. (foto 2.13)

Ook de boerderij van de Twaalfhovens gaat geheel in vlammen op. Het is echter niet de enige ramp die hen treft. In Gouda breekt de pest uit en het is waarschijnlijk daardoor dat het gehele gezin ziek wordt. Ook in Bodegraven heerste een besmettelijke ziekte en grote sterfte, niet alleen onder de soldaten van het staatse leger, maar ook onder de inwoners. Of dat betekent dat ook daar de pest heerste, wordt uit de aantekeningen die de toenmalige predikant tussen de kerkenraadshandelingen schreef niet duidelijk.80

Op 31 januari 1673 maken Ariën en zijn echtgenote hun testament voor notaris Schoonhoven te Gouda, beiden ziek te bed liggend.81 Beiden worden zij op 4 februari 1673 in de Janskerk begraven. (foto 2.14) Ook hun kinderen zijn ziek. Trijntje Ariënsdr wordt op 14 febr. 1673 in dezelfde kerk begraven, en Gerrit, Joost en Neeltje maken op 21 februari 1673 hun testament te Gouda.82 Zij benoemen elkaar tot universele erfgenamen. Als één van hen zal trouwen moet deze een uitkering doen aan de weeskinderen van hun overleden zuster Trijntje. Zij blijven echter alle drie in leven.

De boedelinventaris die notaris Schoonhoven opstelt is ongedateerd, maar naar de inhoud te oordelen opgesteld in 1673. De onroerende goederen bestaan uit de hofstede te Zwammerdam, waarvan de opstallen door de vijand zijn afgebrand, met daar en elders te Zwammerdam gelegen wei- en hooiland en een erf te Bodegraven, samen 45 morgen, 4 hont, 30 roeden groot (= 39 hectaren). De roerende goederen bestaan uit 350 gulden in contanten, géén meubilair, wel zitkussens, kleding, linnengoed, beddengoed, keukengerei, enkele gordijnen, honderd pond witte hooikaas, vijftig pond komijnekaas, vier zijden spek en tien stukken gerookt vlees, tweeduizend pond hennep en twee schepels koren en een wagen. Het zijn waarschijnlijk hun eigendommen in de woning, die zij in Gouda gehuurd moeten hebben. De lasten bestaan uit hypotheken, achterstallige rente en enkele rekeningen voor geleverde waren en twee koeien.83

Gerrit en Joost benoemen krachtens het testament hun neven Joost Gijsberts Butterman en Joost Pietersz Butterman tot (mede-)voogden over de kinderen van hun zuster Trijntgen. Zij beloven hen schadeloos te houden wegens deze voogdij.84

Op 22 juni 1675 vindt de boedelscheiding plaats. Eerst wordt het onroerend goed verdeeld. Joost krijgt het (kennelijk inmiddels herbouwde) huis en ongeveer 16 morgen land. Gerrit en Nelletje samen 14 morgen en de weeskinderen van Trijntgen samen ongeveer 10 1/2 morgen. De roerende goederen komen niet ter sprake. De lasten, blijkbaar uitsluitend bestaande uit obligaties en interest, worden voor 3150 gulden toebedeeld aan Gerrit en Nellitgen, 4250 gulden aan Joost en 3275 gulden aan de kinderen van Trijntgen (waaronder 800 gulden het huwelijksgoed van hun moeder is). Deze kinderen krijgen nog obligaties van 1700 en 600 gulden.85

Uit dit huwelijk:

  1. Gerrit, volgt VIb.
  2. Joost, volgt VIc.
  3. Trijntjen Ariënsdr Twaelfhoven, begr. Gouda (Sint Janskerk) 14 febr. 1673, tr. Meyndert Cornelisz Vlasman, vermeld 1673 en 1675, † voor 23 jan. 1687, zn. van Cornelis Jansz. Vlasman.
    Uit dit huwelijk: Annetje Vlasman, tr. Zwammerdam 1686 Claes Willemsz van den Bergh, Jan Vlasman, in januari 1687 meerderjarig, en Arij Vlasman, die in mei 1688 vijfentwintig jaar oud en dus meerderjarig wordt.86
  4. Nelletje Ariënsdr Twaelfhoven, vermeld in 1673 en 1675, tr. (als jongedochter te Zwammerdam) Zwammerdam (gerecht), geassisteerd door haar broer Joost, 30 april 1685 Jacob Jacobsz Craen, jongeman wonende in Oud Reeuwijk.

VIb. Gerrit Aryensz Twaelfhoven, geb. Zwammerdam, boert aanvankelijk met zijn broer Joost in de Binnenpolder te Zwammerdam, maar koopt in 1686 een hofstede met 9 morgen eigen land in Buitenkerk in de Noordzijderpolder te Bodegraven, † ald. (aangifte 28 sept., begr. 2 okt.) 1721, tr. Emmetie Jacobsdr Honcoop, † Bodegraven (aangifte 21, begr. 23) febr. 1730.

Gerrit, zijn broer Joost en zuster Neeltje of Nelletje verblijven tijdens de oorlog van 1672 met hun ouders te Gouda. Gedrieën laten zij hun testament opmaken. Na het overlijden van hun ouders en hun zuster Trijntje, die ook te Gouda verblijft, en na het treffen van regelingen met de notaris, woont hij in mei 1673 in Zevenhuizen bij Rijpwetering, evenals zijn neef Joost Pietersz Butterman.87 In september 1677 wonen Gerrit en Joost Twaalfhoven beiden te Zwammerdam.88

Blijkbaar zetten zij samen het boerenbedrijf voort. Zonder hypotheken gaat dat nog niet. In maart 1678 lenen zij duizend gulden van een koopman te Amsterdam, waarvoor beiden een onderpand stellen, Joost zijn huis, berg, schuur en ruim zes morgen land in de Binnenpolder, Gerrit 4 1/2 morgen aangrenzend land. De lening wordt in maart 1683 afgelost en vervangen door een gelijk bedrag van de Huisarmen van Zwammerdam. De schuld van Joost wordt geroyeerd in 1699, die van Gerrit in 1733.89

Gerrit koopt in 1686 van Mr. Martinus Verrijn te Gouda, priester te Gouda, een boerderij met negen morgen land op Buitenkerk in de Noordzijderpolder, onder Bodegraven. Hij houdt een hypotheekschuld van 2200 gulden, die hij zal aflossen met 200 gulden per twee jaar, tot nog 1000 gulden rest, die hij zal aflossen naar gelieven.90 In augustus 1688 treedt hij op als gekozen voogd van zijn neef Ariën Meijndertsz Vlasman, bij het opstellen van diens huwelijkse voorwaarden. Ariën Vlasman is boer in de Vrije Nesse onder Sluipwijk en brengt bij het huwelijk al zijn have, vee, (land)bouw- en melkgereedschap en roerende goederen in.91 Gerrit verkoopt in 1695 de helft van ruim zeven morgen land aan de Oud Bodegraafsedijk.92 In oktober 1719 leent hij 500 gulden van een inwoner van Gouda, uit zijn ‘huismanswoning’ met berg en schuur en negen morgen land.93 Na zijn overlijden, eind september 1721 zetten zijn weduwe en zijn zoon het bedrijf voor gezamenlijke rekening voort.94

Uit dit huwelijk:

  1. Arie, volgt VIId hoofdstuk IV (staken Nicolaas en Cornelis).

VIc. Joost Ariënsz Twaelfhoven, geb. Zwammerdam, vermeld tussen 1672 en 1711, tr. 1e Aaltje Jacobsdr Craen, begr. Zwammerdam 31 maart 1683 (kerkgraf nr. 14), tr. 2e Zwammerdam (gerecht) 8 juni 1687 Geertie Barten/Barthe, jongedochter geboortig van Sluipwijk.

Joost boert na de oorlog in 1672 op de hofstede in de Binnenpolder waar hij is opgegroeid; tot 1686 met zijn broer Gerrit, daarna alleen. Zijn eerste vrouw overlijdt in maart 1683. In 1687 hertrouwt hij, na eerst met de voogden van zijn kinderen geregeld te hebben wat hun toekomt uit de boedel. De drie nog levende kinderen zijn: Arij, tien jaar oud, Annetje, negen jaar en Joost, vijf jaar. Hij belooft hen te onderhouden en op te voeden tot de leeftijd van vijfentwintig jaar of eerder huwelijk en hun dan een passende uitzet en veertig gulden te geven.95 Op dezelfde dag worden huwelijkse voorwaarden tussen hem en zijn aanstaande vrouw gemaakt. Zij brengt 250 gulden in en haar kleding, sieraden e.d. Indien Joost als eerste overlijdt zal zij haar ingebrachte goederen terugkrijgen en een kindsdeel in de nalatenschap van Joost.96

De financiële situatie van Joost is niet rooskleurig. In juni 1691 sluit hij een akkoord met de erfgenamen van Jan Jansz Verrijn, onder wie de weduwe van zijn neef Joost Gijsbertsz Butterman. Vader Ary Gerritsz Twaalfhoven was aan de erven Verrijn 2100 gulden schuldig, de weduwe Butterman heeft nog recht op 200 gulden uit de boedel en Gerrit Ariënsz Twaalfhoven heeft als voogd van het weeskind van Aeltge Gijsberts Butterman en Pieter Gerritsz Zevenhoven nog 1000 gulden tegoed. Om aan die verplichtingen te voldoen wordt overeengekomen dat Joost voor kerstmis 1691 zijn woning en landerijen zal verkopen. Uit de opbrengst zullen de erven 2000 gulden ontvangen in plaats van de verschuldigde 3300. Zij beschouwen de schulden daarmee als afgedaan en de weduwe Butterman laat daarenboven vastleggen af te zien van alle andere schuldvorderingen, zowel ten laste van Gerrit Twaalfhoven als van Jacob Craen die gehuwd is met Nelletje Twaalfhoven.97

Acht jaar later, in maart 1699, kopen Joost en Geertje een hofstede en landerijen, bestaande uit huis, berg en schuur en 16 morgen land, nog 3 1/2 morgen en 3 morgen, alles in de Wonne onder Zwammerdam. De koopsom bedraagt 1200 gulden. Dit geheel doet Joost in december 1711 over aan zijn zoon Jacob Joosten Twaalfhoven, tegelijk met 2 morgen 2 hont land die hij in oktober 1689 heeft gekocht, voor 2000 gulden.98

Ook heeft Joost in november 1704 een woning met huis, berg, schuur en ruim 6 morgen land in de Binnenpolder, die hij met ruim 8 morgen in de Wijk verkoopt aan Jan Mijnderts Vlasman, zoon van zijn overleden zuster Trijntje. De koper betaalt 1612 gulden 10 stuivers en neemt 1000 gulden hypotheek over.99

Uit het eerste huwelijk:

  1. Kind, begr. Zwammerdam (kerkhof) 28 dec. 1679.
  2. Ary Joosten Twaelfhoven, geb. 1676/1677, tr. Zwammerdam 27 nov. 1708 Marrigje Jansdr de Jong, jongedochter van Bodegraven. Uit dit huwelijk nageslacht, volgt VIIIc, hoofdstuk IV (staak Joost).
  3. Annetje Joosten Twaalfhoven, geb. 1677/1678.
  4. Joost Joosten Twaalfhoven, geb. 1681/1682, vermeld te Zwammerdam 1723, 1728. In februari 1723 koopt hij van Jacob Joosten Twaalfhoven voor 50 gulden 50 roeden land in de Wonne en in mei 1728 van een ander bijna 2 1/2 morgen hooiland, eveneens in de Wonne.100

    Uit het tweede huwelijk:
  5. Jacob Joosten Twaelfhoven, geb. 1686/’87, boer in de Wonne onder Zwammerdam, later wonend te Sluipwijk, † aangifte Sluipwijk 19 maart 1739, tr. Bodegraven 6 dec. 1717 Maria Cornelisdr van Wijk, vermeld te Zwammerdam tussen 1719 en 1723.
    Jacob Joosten Twaalfhoven legt op 16 juli 1713 met twee anderen alsnog een verklaring af over een incident waarvan zij een jaar eerder getuige waren. Zij reden toen, op de maandag van de Goudse kermis, rond zonsondergang naar huis. Door een drieste inhaalmanoeuvre van een vierde werd een boer uit Bodegraven van de weg gereden, zodat zijn wagen tegen de knotwilgen tot stilstand kwam met een gebroken wiel. De verklaring dient voor een zaak die in november 1713 in het baljuwsgerecht te Woerden aan de orde komt. Jacob is ten tijde van zijn verklaring 26 jaar oud.101

    Bij hun ondertrouw woont hij in de Wonne onder Zwammerdam, zij is geboortig van de Oudewatersebroek en woont te Bodegraven. In 1719 boeren zij op een bedrijf in de Wonne, dat hij in 1711 van zijn vader kocht. Dit verkopen zij in mei 1723.102 Uit dit huwelijk een zoon Joost, wiens overlijden aangegeven wordt te Sluipwijk 22 aug. 1736.
  6. Geertje Joosten Twaalfhoven, † aangifte Aarlanderveen 6 maart 1754 (door haar schoonzoon Willem van Leeuwen).
  7. Maria Joosten Twaalfhoven, begr. Aarlanderveen 13 nov. 1752, tr. Waddinxveen 1732 Jacobus Gerritsz van der Laan.
  8. Anna Joosten Twaalfhoven, ged. Alphen 9 febr. 1700.
[ photo: 2.11 | Stichting Familie Twaalfhoven ]
Foto 2.11
[ photo: 2.12 | Stichting Familie Twaalfhoven ]
Foto 2.12
[ photo: 2.13 | Stichting Familie Twaalfhoven ]
Foto 2.13

Voetnoten

78J.F.A. Modderman, Bodegraven in 1672 (Bodegraven 1972) passim; N. Plomp. Woerden 600 jaar stad (Woerden 1972) p. 126-135.
79RA Zwammerdam nr. 23 fol. 49v, 9-11-1672.
80G. en C. Hamoen, 400 jaar Hervormde Gemeente Bodegraven 1594-1994 (Woerden 1994) p. 16-17.
81Not. Gouda nr. 385, 31-1-1673.
82Not. Gouda nr. 385, 21-2-1673.
83Not Gouda nr. 376 II, ongedateerd , ca. 1673.
84Not. Gouda nr. 385, 11-4-1673.
85 Not. Gouda nr. 388, 22-6-1675.
86 RA Zwammerdam nr. 24 fol. 66v, 30-6-1678, fol. 239, 23-1-1687, fol. 254v, 31-5-1688; Not. Zwammerdam 9079, 19-10-1686.
87Not. Gouda nr. 464, 18-5-1673.
88Not. Zwammerdam nr. 9076, 13-9-1677 en 15-10-1677.
89RA Zwammerdam nr. 24 fol. 44v, 18-3-1678, en fol. 174, 19-3-1683.
90RA Bodegraven nr. 3 fol. 1-2, 1-2-1686
91Not. Woerden nr. 8559 akte 40, 14-8-1688.
92RA Zwammerdam nr. 24 fol. 320, 26-5-1695.
93RA Bodegraven nr. 4 akte 174,9-10-1719.
94RA Bodegraven nr. 4 akte 174, akte 144, 20-11-1723 en akte 176, 14-11-1724
95RA Zwammerdam nr. 24 fol. 247, 31-5-1687.
96Not. Zwammerdam nr. 9080, 31-5-1687
97Not. Zwammerdam nr. 9080, 6-6-1691.
98RA Zwammerdam nr. 24 fol. 268, 19-10-1689 en fol. 362, 28-3-1699, nr. 26 fol. 63, 12-12-1711.
99RA Zwammerdam nr. 25 fol. 58v, 3-11-1704.
100RA Zwammerdam nr. 27 fol. 32v, 24-2-1723 en fol. 120, 21-5-1728.
101RHCRL, Baljuwsvierschaar Woerden nr. 5.
102RA Zwammerdam nr. 26 fol. 130, 25-1-1719, nr. 27 fol. 30v en 37-37v., 10-2 en 3-5-1723.

Index